Reageer! Weblog Diensten met een accent Koning David: aardse spiritualiteit Het verhaal achter het verhaal Mijn verhaal Home page Personal Coaching - Hulp en advies Het verhaal achter het verhaal De Spelonk Mijn verhaal Home page Personal Coaching - Hulp en advies Reageer! Diensten met een accent Weblog

Nadenkertje
"Wie twijfelt aan zijn eigen eerlijkheid, begint eerlijk te zijn."
Ive Silloc

Deze site is nog in ontwikkeling.
Niet elk onderwerp is toegankelijk.

Site Meter

 

 

 

 

Mijn moeder is erg trots op me. In haar ogen verandert alles wat ik aanraak in goud.
Dat is vermoedelijk een poging om een van de eerste woorden die over mij uitgesproken werden teniet te doen.
Ik was net geboren. Mijn ouders stonden mij achter het raam te bewonderen (in die tijd - 1953 - lag een pasgeboren baby eenzaam in het kinderbedje op de babyafdeling) toen de grootouders van een andere baby mij in ogenschouw namen.
Ik geef toe – ik was klein. Maar blijkbaar was er meer aan de hand, want, zonder zich af te vragen wie er naast hen stonden, riep een van hen: “Wat is dat zielig”.
Ik hoorde en merkte er niets van. Mijn ouders schrokken hier in de eerste instantie enorm van, maar mijn moeder bleef standastig alleen maar trots.
Zo dreigde dit geluid door te echoën in mijn leven – zeker niet als het hele verhaal, wel als geruis op de achtergrond.
En alles wat mijn moeder kan zeggen of doen om dat geluidje te overstijgen, doet ze.

Dit gebeurde in Modesto, Californië. Ik werd geboren in een Nederlandse emigrantengemeenschap. De voorouders van mijn moeder vertrokken rond 1850 uit Nederland, en via Iowa en Colorado kwamen zij in Californië terecht. Mijn overgrootvader vertrok in 1907 uit Sassenheim richting New York en verder. Bij aankomst in New York voegde hij een “s” toe aan zijn achternaam (Vis) waardoor de familie Viss zijn aparte naam kreeg.
(zie http://www.wilbrinkweb.nl/Gen/vistree.html)

Ik ben de oudste van vijf kinderen. De gangbare clichés zijn uiteraard van toepassing op mij. Serieus met een groot verantwoordelijkheidsgevoel, ik wil alles onder controle hebben en ik zet me in om problemen op te lossen. Acceptatie door mijn ouders en mijn omgeving is erg belangrijk voor me - graag doe ik alles om mensen tevreden te stellen.
Mijn sterrenbeeld is weegschaal. Ik pas er ook perfect bij - evenwichtig, diplomatiek, ik houd van omgang met mensen en ik raak snel uit evenwicht bij conflict.

Mijn kinderjaren waren vredig. Mijn ouders verhuisden vrij frequent. Wij woonden in San Francisco Californië, Patterson New Jersey, Long Beach Californië en Philadelphia Pennsylvania. Mijn vader was docent muziek en later directeur van de middelbare school (High School) waar wij ook op zaten. Dat leverde geen bijzondere problemen op.

Na de middelbare school verwachtte mijn omgeving dat ik door zou gaan naar de universiteit. Maar daar had ik niet zo veel zin in. Naar aanleiding van een folder die in de brievenbus viel deed ik een tweejarige opleiding als röntgenlaborant. Dat was enorm waardevol voor een jongen uit een nogal beschermde omgeving. Daar zag ik voor het eerst naakte mensen, voor het eerst doden; daar leerde ik (een deel van) de wereld kennen.
Na afloop van die opleiding besloot ik om wél door te gaan naar de universiteit. Ondertussen werkte ik drie maanden in een ziekenhuis in Ghinda, Eritrea, Ethiopië. Ik gaf training aan de twee röntgenlaboranten daar, deed mee aan allerlei nevenactiviteiten, werd geconfronteerd met een burgeroorlog en hielp met voedseldistributie bij de hongersnood die toen heerste.

Mede daardoor besloot ik mijn Bachelors te halen in de vakken Theologie en Zending. Tijdens mijn studie trouwde ik met Cyndi Geiger, die ik al heel wat jaren kende en waar ik nu 31 jaar mee getrouwd ben.

In april 1977 vertrok ons gezin (onze oudste dochter Sarah was inmiddels vijf maanden oud) naar Nigeria in West Afrika. Wij werden uitgezonden door de Christian Reformed Church of North America om ondersteuning te bieden aan de Nigeriaanse Kerk en haar leiders.

Na drie dagen oriëntatie in de grote stad werden we per klein vliegtuigje naar het dorp gebracht waar we zouden gaan wonen en werken. Later hoorden we dat de Nigeriaanse dominee waar ik mee samen werkte opmerkte toen hij mij zag: “ze hebben ons een klein jongetje gestuurd”. En dat klopte ook. Ik was toen 23, Cyndi moest nog 22 worden.

Wij woonden en werkten 10 jaar in Nigeria, op drie verschillende locaties. Daar zijn onze zoons Benjamin en William geboren. Zoals je zou verwachten in een ontwikkelingsland, deden we van alles, veel meer dan alleen kerkwerk. Alle aspecten van het leven kwamen aan bod, waaronder het proces van persoonlijke groei en het ontdekken van wie wij nou werkelijk waren.

De eigenschappen die ik als oudste kind bezat leidden ertoe dat ik snel een leidinggevende functie kreeg in het zendingsgebied waar wij woonden. Wij realiseerden ons dat een leidinggevende functie ons zou distantiëren van het echte werk waar we van genoten. Bovendien vond ik dat ik nog te jong was om voornamelijk achter een bureau te zitten. De cultuur daar maakte een terugkeer naar “het veld” onmogelijk.

Dat heeft ons doen besluiten om Nigeria te verlaten. Wij gingen terug naar de V.S. om ons te oriënteren op een andere plek om te werken en wonen. Wij hadden belangstelling voor Europa en een van de grote steden van dat werelddeel.

Al snel werd duidelijk dat het Amsterdam zou worden. De stad die bekend staat als het Sodom en Gomorra van de wereld. Dat was niet wat ons aantrok. Ik was geboeid door de enorme uitdaging om iets te betekenen voor het christelijke geloof in deze grote stad en de kans zelf invulling te geven aan zo’n project.

Op 4 januari 1990 arriveerden we in Almere-Haven, waar we voor 6 maanden gebruik konden maken van een kleine eengezinswoning. Overal op straat lagen de rode papieren velletjes van afgestoken vuurwerk. Wij hadden geen idee wat dat was, en dat was typerend voor hoe we nogal onbevangen – zelfs naïef? – naar Nederland kwamen.

Onze “inburgering” (wij hadden toen geen dwang van de overheid nodig) verliep voorspoedig maar was wel zwaar. Ik was al 36 jaar oud, een leeftijd waarop het al wat moeilijker is om je een andere taal en cultuur eigen te maken. En wij moesten álles leren. Daarnaast moesten we onze kinderen helpen en begeleiden. Toentertijd waren zij 13, 11 en 8 jaar, niet de makkelijkste leeftijd om zo’n verandering mee te moeten maken. Ik zal nooit vergeten hoe ik de dag in spanning doorbracht waarop onze dochter voor het eerst - zonder een woord Nederlands te kennen - naar de middelbare school ging. Het deed letterlijk fysieke pijn. Maar ze hebben het voortreffelijk gedaan en ze nemen nu met hun partners hun plek in de samenleving in. Het eerste kleinkind is er al!

In september 1993 werd de eerste zondagse dienst van de nieuwe kerkelijke gemeente “De Hoeksteen” gehouden. Wij wilden gastvrij, open en eerlijk proberen ons geloof uit te dragen en door te geven aan de omgeving. Vogels van diverse pluimage sloten zich bij ons aan: degelijke burgers, psychiatrische patiënten, verslaafden, eenzame alleenstaanden, energieke kinderen uit de buurt. Het bruiste bij ons in en rond de diensten!

Zonder het in de gaten te hebben begon ik te bezwijken onder de last van alles. Een vermoeidheid waar ik niet vanaf kwam, af en toe dicht klappen (wat soms een aantal dagen duurde), lusteloosheid en soms neerslachtigheid overkwamen mij.

Ik had het toen niet zo in de gaten. De mensen om me heen ook niet. Dat wil zeggen: we leden er wel onder, maar we konden er geen woorden aan geven. Daardoor werd er ook niet genoeg mee gedaan.

Rond de jaarwisseling van 1999-2000 realiseerde ik me dat ik depressief was. De huisarts schreef een antidepressivum voor, ik voerde gesprekken met een psycholoog (pillen en praten heet dat). Dat hielp wel, maar niet genoeg. Stug ging ik door met mijn werk.

Op vrijdag 3 juni 2000 logeerden wij bij vrienden die vroeger actief waren in De Hoeksteen. Ik vertelde mijn verhaal. Zaterdagmiddag zeiden ze tegen mij: “Norman, je moet gewoon stoppen. Je moet je ziek melden, je afspraken afzeggen en rust nemen. Zo kan het niet langer.”

De volgende dag had ik twee preekafspraken staan. Ik vroeg een collega mij af te melden en ging onmiddellijk de ziektewet in. Het was heerlijk. Bij mij gebeurde er van alles (zie “Het verhaal achter het verhaal”). Maar nog net niet genoeg.

Begin juli vloog ik naar Colorado om wat meer afstand van alles te nemen. Daar woont een broer van mij, tegen de Rocky Mountains aan. Een ongelofelijk mooie plek, met alle ruimte die je maar wensen kan. Vooral het ruige landschap van Utah werkte bevrijdend. In die weken besloot ik om mijn werk bij De Hoeksteen in Amsterdam neer te leggen, een erg ingrijpend besluit voor mij. Dat was mijn leven, daar had ik mijn beste jaren aan gegeven.

Maar het was het juiste besluit. Samen besloten Cyndi en ik om in Nederland te blijven omdat we hier een brede kring van vrienden hadden die veel voor ons betekende (en nog steeds). Ik moest dus werk gaan zoeken. Op een dag zag ik een advertentie van Uitzendbureau Tempo Team voor Bijstandsconsulenten. Dat leek me wel wat. Na een korte cursus begon ik bij de Sociale Dienst Amsterdam, stadsdeel De Baarsjes, als bijstandsconsulent. Wij namen aanvragen in, beoordeelden het recht op uitkering, onderhielden uitkeringen en werkten aan activering van klanten. Het was boeiend werk in het kleurrijke Amsterdam, waar ik van genoot.

Na verloop van tijd wilde ik weer iets doen in en voor de kerk. In het voorjaar van 2002 werd ik gebeld door de voorganger van de Nederlands Gereformeerde Kerk in Heemstede óf ik zou willen overwegen parttime in dienst van die gemeente te komen, samen met twee andere mannen die ook parttime in dienst zouden zijn.

Dat leek mij een uitstekende gelegenheid om, zonder me helemaal te moeten committeren, het vak van dominee weer uit te proberen. En het is goed gegaan. De samenwerking met mijn collega’s loopt goed. Inmiddels zijn we verhuisd naar Heemstede waar we het erg naar onze zin hebben.

De kinderen zijn het huis uit. Cyndi werkt parttime als verzorgende C bij een verzorgingshuis in Haarlem. Ik werk nog parttime bij de Sociale Dienst Amsterdam en parttime bij de Petrakerk in Heemstede. Het is een mooie omgeving en we genieten van de nieuwe vrienden die we hier hebben leren kennen.

Is mijn moeder terecht trots? Eerlijk gezegd, denk ik van wel. Ik leid een actief, dienstbaar leven. Wij hebben ons gegeven aan mensen, ook op ons vakgebied. Wij maken deel uit van een brede kring mensen waar we geven en ontvangen. Nog steeds zijn we getrouwd en onze kinderen doen het prima. Ons leven bevat de nodige stabiliteit afgewisseld met spannende momenten, reizen en mensen.

Galmt het woord “zielig” nog steeds op de achtergrond? Nou, nauwelijks. “Two shots of Happy, one shot of Sad” zingt de rockband U2 voor Frank Sinatra. Die verhouding geldt zeker niet voor mij. Het is eerder tien tegen één.

Zielig is mijn leven zeker niet. Die oma en opa van toen zaten er dik naast.


(Dit verhaal is langer geworden dan wat ik wilde.
Ik hoop dat je het tot nu toe vol hebt kunnen houden.
Tussen deze regels door is er natuurlijk veel meer gebeurd.
Iets daarvan is te vinden onder de knop “Het verhaal achter het verhaal”.
Klik dus verder en kies een verhaaltje achter dit verhaal.)

 

Designed by SKeYe BLUE